de heren zijn toch geen inbrekers?
 

7. Publiciteit

 

In de voorgaande hoofdstukken zijn een aantal manieren en bronnen besproken om aan de informatie te komen die je nodig hebt voor je onderzoek. De resultaten van je onderzoek zijn vervolgens op verschillende manieren te gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld de verantwoordelijken direct met de verworven informatie confronteren of je kunt de informatie openbaar naar buiten brengen.


Geldschieters

De direct verantwoordelijken voor zaken moeten we meestal zoeken onder de financiers. Bijna alle ondernemingen en mensen die economische activiteiten willen ontplooien, hebben hiervoor zelf te weinig geld. Het meest voor de hand liggend is dan om geld te lenen van een geldschieter. Ondernemingen kunnen ook aandelen uitgeven, wat de aandeelhouders tot mede-verantwoordelijken maakt.
Als een bedrijf geld wil lenen klopt het meestal aan bij een bank. Natuurlijk willen banken een garantie hebben dat ze hun geld terugkrijgen. Hoe zekerder die garantie, hoe lager de rente. Een lening waarbij de inventaris of de voorraden van een bedrijf als borg dienen, of een persoonlijke lening, kost meestal nogal veel geld aan rente (tot wel twintig procent). Een lening waarbij een huis of een stuk grond als borg dient, kost minder rente want een huis kan in tegenstelling tot meubilair of voorraden niet ineens verdwijnen. Hierdoor is de hypotheekrente, die wordt berekend met een huis of stuk grond als borg, veel lager (zo'n zeven procent).
Niet alleen banken verstrekken hypotheken, ook verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen doen dit. Daarnaast kunnen ook niet-professionele geldschieters hypotheken verstrekken. Voor ons is het handig dat de hypotheken worden geregistreerd bij het Rijkskadaster (zie hoofdstuk 1).


De meeste geldschieters willen graag hun geld terug zien en willen ook hun goede naam behouden. Een geldschieter is verantwoordelijk te stellen voor de praktijken van degene die hij financiert. Daarvan kun je goed gebruik maken. In de tijd dat de huizenhandel goed floreerde leenden banken maar al te graag geld aan mensen die wilden speculeren. Huizen werden meestal weer snel doorverkocht zodat banken zonder veel risico hun geld (uiteraard met hoge rente) weer snel terughadden. Op die manier bevorderden met name banken en verzekeringsmaatschappijen de speculatie met huizen en zij verdienden er zelf bijzonder goed aan. Gewone mensen, die een huis wilden kopen hadden moeite om een lening af te sluiten maar als een handelaar even knijp zat werd er natuurlijk zonder omhaal een tweede of derde hypotheek verstrekt - vanzelfsprekend met een hogere rente want de borg is minder zeker als er al eerder een hypotheek was verstrekt. Aan het eind van de jaren zeventig hadden sommige hypotheekbanken hiervoor zelfs een aparte afdeling.
Banken en verzekeringsmaatschappijen laten, voordat ze een hypotheek verstrekken, het huis of de grond taxeren. Over het algemeen schakelen ze hierbij een makelaar-taxateur in, die de waarde schat op basis van de prijzen van vergelijkbare huizen en op wat het huis bij een vorige verkoop opbracht. Sommige handelaars hebben hier slim gebruik van gemaakt. Door de prijs van een huis fors op te drijven, werden er steeds hogere hypotheken verstrekt. Dat de laatste koper een stroman was en de hypotheek veel te hoog was, was een detail waar de banken pas achter kwamen toen de rente niet betaald werd. Hierdoor zijn zo goed als alle hypotheekbanken in grote problemen gekomen en is de Tilburgse Hypotheekbank er zelfs aan ten onder gegaan.


Zoals gezegd willen banken en verzekeringsmaatschappijen graag hun goede naam behouden. Aan illegale praktijken willen de meeste banken niet meedoen, althans niet openlijk. Toch accepteerde de vroegere Slavenburgs bank (nu Crédit Lyonnais) heroïne en zwart geld als onderpand voor leningen. Er is een zekere marge in de activiteiten die volgens de wet verboden zijn en die de publieke opinie accepteert, en daarvan wordt uitstekend gebruik gemaakt.
Officieel mag er geen verbod op speculatie met huizen van, of handel met dictatoriale landen zijn, maar als banken of andere geldschieters openlijk in verband worden gebracht met dergelijke praktijken vinden ze dat niet prettig. Banken en verzekeringsmaatschappijen zijn doodsbang om hun goede naam te verliezen want ze kunnen alleen functioneren als ze geld kunnen aantrekken en weer kunnen uitlenen. Bij een bank die in opspraak is geraakt, wil niemand zijn spaargeld stallen of geld lenen. Zorg er dus voor dat de minder frisse praktijken uitgebreid aandacht krijgen door middel van krante-artikelen, aanplakbiljetten, pamfletten, zwartboeken, open brieven, picket-lines enzovoort. Over het algemeen is het ook handig om een gesprek aan te vragen met de directie om je argumenten kracht bij te zetten en hun positie te kennen. Over het algemeen zullen ze niet over hun cliënten willen praten, de informatie hierover zal je zelf moeten zoeken, bijvoorbeeld bij het hypothekenregister. Zorg er dus voor dat je je goed hebt voorbereid en genoeg weet over de betrokkenheid van de bank, zodat je ze daarmee om de oren kan slaan. In eerste instantie zal het effect beperkt zijn, bankdirecteuren plegen niet dezelfde denkwijze te hebben als actievoerders en zullen meestal geen directe toezeggingen doen. Maar op de langere termijn heeft het meestal wel effect want nogmaals: ze zijn doodsbang hun goede naam te verliezen.



Een praktijkvoorbeeld (uit het grijze verleden): het vroegere speculantenduo Fagel en van der Sluis (F&S) werd onder andere gefinancierd door de Westland Utrecht Hypotheekbank. Na een picketline van de actiegroep 'F&S Op De Fles' bij het hoofdkantoor, een gesprek met de directie en de publicatie van een zwartboek stopte de bank met de financiering. Daarna werd Amfas verzekeringen (nu onderdeel van Ennia verzekeringen) de huisbankier. Een open brief en een picketline bij het hoofdkantoor leidde in eerste instantie tot een paniekreactie, compleet met bewakers en agressieve honden. Met veel pijn en moeite kon er een gesprek met de directie vanaf, waarin vrijwel niets werd toegezegd en dat dan ook geen enkel effect had. Een paar maanden later hield de Amfas-groep de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, waarbij een picket-line werd gehouden, pamfletten werden verstrekt en het personeel uitgebreid door de actievoerders werd ingelicht. De televisie was eveneens aanwezig. In de aandeelhoudersvergadering en de ondernemingsraad moest de directie zich verantwoorden. Enige tijd later werden 'F&S Op De Fles' voor een gesprek uitgenodigd door de directie van Amfas, die bekend maakte alle banden met F&S te verbreken. Hierna konden F&S geen financiers meer vinden en binnen een jaar was F&S echt op de fles.

Om aan geld te komen kan een onderneming behalve geld lenen ook aandelen uitgeven. In eerste instantie zullen de aandelen bij vrienden en kennissen worden gestald. In ruil voor hun aandeel krijgen ze als de onderneming winst maakt jaarlijks dividend en hebben ze stemrecht in de aandeelhoudersvergadering en kunnen ze commissarissen (de toezichthouders van de directie) benoemen. Bij grotere ondernemingen wordt meestal het stemrecht en het recht om commissarissen te benoemen beperkt tot speciale aandeelhouders.
Aandelen kunnen onderhands (buiten de beurs om) worden verhandeld. Een klein deel van de Nederlandse ondernemingen heeft de mogelijkheid om via de effectenbeurs aandelen te kopen en verkopen. Behalve de gewone beurs is er ook de parallelnotering, waarin zaken worden gedaan met minder vaak verhandelde aandelen. Nieuwe bedrijven, die een beursnotering aanvragen, krijgen vaak eerst een parallelnotering.
Aandelen zijn in principe vrij verhandelbaar, maar als een persoon of onderneming meer dan vijf procent van de aandelen van een andere onderneming bezit moet dit worden gemeld en wordt dit gepubliceerd in de Staatscourant. De Kamer van Koophandel heeft ook informatie over deze grootaandeelhouders.
Aandelen kopen is eenvoudig. Je kunt elke bank de opdracht geven aandelen voor jou te kopen en ook kun je een commissionair in effecten (effectenhandelaar) opdracht geven voor jou aandelen te kopen. De kosten hiervan zijn circa twee procent van de prijs van de aandelen. Hoe duur de aandelen zijn kun je op de beurspagina's van de krant nagaan. Als aandeelhouder (één aandeel is meestal genoeg) heb je het recht de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering te bezoeken, waarin de directie zich moet verantwoorden tegenover de aandeelhouders. Vele jaren hebben kritische aandeelhouders van Shell in de aandeelhoudersvergadering de betrokkenheid van Shell in Zuid-Afrika aan de kaak gesteld. In feite zijn de meeste aandeelhoudersvergaderingen tegenwoordig een wassen neus omdat de werkelijke beslissingsbevoegdheid door de uitgifte van allerlei speciale aandelen en beschermingsconstructies niet in de aandeelhoudersvergadering ligt. Wel is de aandeelhoudersvergadering een mogelijkheid om publiciteit te krijgen en andere aandeelhouders in kennis te stellen van kwalijke en misschien economisch riskante praktijken van een onderneming. Zo was het spok begin jaren tachtig aanwezig bij de laatste aandeelhoudersvergadering van de Tilburgse Hypotheekbank. Er werden vele kritische vragen werden gesteld, maar de directie, met alweer een nieuwe brokkenpiloot als directeur, maakte zich er met allerlei weinig zeggende antwoorden vanaf.
Verwacht niet teveel bijval van andere aandeelhouders, de meesten zijn weinig kritisch en zien de aandeelhoudersvergadering meer als een jaarlijks uitstapje met een leuke borrel na. Kortom: het bezoeken van een aandeelhoudersvergadering en het stellen van vragen heeft vooral zin als aanvullende actie.
Mocht je met je gekochte aandeel willen speculeren bedenk dan dat de bank of commissionair voor de verkoop van de aandelen alweer ongeveer twee procent van de waarde rekent.



Het was bijna Sinterklaas, ook op het kantoor van de speculant en ex-nazi V. te Leidschendam. Directeur Hendrik zat juist te bedenken wat hij met de stapels onvoldoende gefrankeerde briefkaarten uit Amsterdam aan moest. De bewoners van zijn gekraakte bankgebouw wilden niet wijken voor processen die hij liet aanspannen; ze wilden dat hij zijn pand aan de gemeente zou verkopen. Gelukkig werd hij van zijn gepeins afgeleid door het plotselinge bezoek van Sinterklaas en enige zwarte pieten. Goh, wat een leuke verrassing van zijn personeel! Met een brede lach en uitgestoken hand noodde hij ze zijn kantoor binnen. Ze hadden hun handen vol met spekulaas. Maar toen begon Sinterklaas hem ineens vermanend toe te spreken over zijn handel en wandel, vooral in Amsterdam. Even was hij onder de indruk maar toen ontplofte hij en wilde bijna op de vuist gaan. "Hou die spekulaas maar bij je". Met nogal harde hand werden Sint en zijn Pieterbazen van het terrein verwijderd onder het oog van verbaasde buurtbewoners. Enige tijd later werd het bankgebouw inderdaad aan de gemeente verkocht...



Veel verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen begeven zich buiten hun eigenlijke werkterrein en verstrekken leningen en hypotheken. Met name hypotheken zijn populair omdat er nogal wat winst mee gemaakt kan worden en de risico's gering zijn. Net als banken zijn deze instanties lastig te benaderen, maar ze zijn ook bang voor hun goede naam.
Sommige verzekeringsmaatschappijen zijn 'onderlinge maatschappijen', die door een groep mensen uit een bepaalde beroepsgroep zijn opgericht om elkaars verzekeringslasten te dragen. In sommige gevallen zijn ze sterk gegroeid en hebben de leden zo goed als geen inbreng meer. Maar bij kleinere onderlinge maatschappijen hebben de leden nogal wat in de melk te brokkelen en kunnen goed aanspreekbaar zijn op het beleggingsbeleid van de verzekeringsmaatschappij. Een speciaal geval is de Reaal-groep, die vanuit het verleden sterke banden met de vakbeweging heeft. Helaas gedragen ze zich in de praktijk net als andere maatschappijen en is de invloed van de vakbeweging beperkt.
Pensioenfondsen hebben meestal een wat opener bestuursstructuur omdat ze de pensioengelden van de werknemers van een bepaald bedrijf of van mensen in een bepaalde beroepsgroep beheren. Pensioen is in feite niets anders dan loon, dat opzij wordt gezet en later weer wordt uitbetaald. In de meeste pensioenfondsen hebben de werknemers via vakbondsmensen een belangrijke stem in de Raad van Bestuur, de Raad van Toezicht of de Adviesraad. Het is merkwaardig dat ondanks het feit dat het om het geld van de werknemers gaat de werkgevers vaak een ongeveer even grote zeggenschap hebben in de pensioenfondsen. Helaas is de informatievoorziening aan de leden van de Raad van Bestuur of de Adviesraad vaak verre van optimaal zodat men vaak slecht weet waar het fonds mee bezig is. Daarnaast zien veel vakbondsvertegenwoordigers hun plaats in de Raad van Bestuur of Adviesraad vaak als een soort erebaantje, waar ze weinig energie in stoppen. Dat het toch mogelijk is invloed uit te oefenen in het beleid van een pensioenfonds laat het volgende voorbeeld zien, waarin één van de grootste pensioenfondsen van Nederland uiteindelijk een ommezwaai van 180 graden maakte.

In 1983 kwam het Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen (pggm) in opspraak na een aantal flaters van de directie. De poging om het beleggingsfonds Wereldhave over te nemen was totaal mislukt en grote investeringen in Frankrijk (Valmorel) en de Verenigde Staten (Florida) leverden miljoenenverliezen op. Bovendien was het pensioenfonds via allerlei ondoorzichtige constructies met stromannen en geheime afspraken bezig een aantal panden in de Amsterdamse Kinkerbuurt, waaronder het Tetterode-complex waarin gewoond en gewerkt werd en waarin een groot aantal buurtvoorzieningen zaten, te ontruimen.
Het Tetterode-complex was enige jaren daarvoor gekraakt. Eerst had de pggm de aankoop door de Bataafse Aannemings Maatschappij gefinancierd, maar de bam deed niets en de pggm kocht het complex zelf om het even later door te verkopen aan een Drentse projectontwikkelaar (eveneens met financiering van de pggm), die het op zijn beurt weer verkocht aan de Amsterdamse projectontwikkelaar Gerard W. Bakker (dankzij geheime afspraken met de pggm).
De door een woningbouwvereniging ondersteunde plannen van de bewoners en de buurt, met een meer sociale bestemming dan koopflats, kantoren en een parkeergarage werden door de pggm gefrustreerd. De gemeente rende steeds achter de feiten aan en de pggm liet geen middel onbetuigd om haar plannen door te drukken. Gesprekken met de directie van de pggm leverden evenmin iets op. In deze patstelling werd de groep 'verontruste premiebetalers pggm' opgericht.
Met name bij veel Amsterdamse welzijnswerkers en welzijnsinstellingen schoten de praktijken van de directie van de pggm in het verkeerde keelgat. Lang voordat de term 'sociale vernieuwing' was uitgevonden, werd deze hier in het Tetterode-complex uitgevoerd, en het is toch spijtig dat wat je als welzijnswerker opbouwt door je eigen pensioenfonds (met jouw eigen geld) wordt afgebroken. Via de vakbond eiste de groep meer invloed op het beleggingsbeleid.
In het begin ging dit moeizaam maar uiteindelijk gelastten de vakbondsleden in de Raad van Advies een onderzoek naar de gang van zaken. Schoorvoetend ging de directie accoord, ze zou het onderzoek zelf uitvoeren en de uitkomst laat zich raden. Toen werd er een aanvraag bij de Wetenschapswinkel ingediend, die gehonoreerd werd. Een tijd later werd er een vernietigend rapport over de beleggingen van de pggm gepubliceerd want, zo bleek, er werd voor tientallen miljoenen verlies geleden op de beleggingen. De acties van de groep verontruste premiebetalers en de bewoners hadden uiteindelijk als resultaat dat de gemeente Amsterdam, de projectontwikkelaar en de pggm in 1986 overeenstemming bereikten over de verkoop van het Tetterode-complex aan een woningbouwvereniging die het complex min of meer conform de plannen van de bewoners- en de buurt zou verbouwen.
Het pggm moest dus bakzeil halen en verloor ook een deel van haar goede naam. In de directie vonden ondertussen ook de nodige bestuurswisselingen plaats.



Overheidsbesluiten

Je kunt ook proberen met je informatie overheidsbeslissingen te beïnvloeden. Beslissingen worden in iedere gemeente door Burgemeester & Wethouders (b&w) genomen en door de gemeenteraad goedgekeurd. Als b&w, of hun ambtenaren, iets willen doen of nalaten waar jij het niet mee eens bent, kan je de gemeenteraad proberen zo ver te krijgen dat ze hen terugfluit. Je kunt bijvoorbeeld een 'adres aan de gemeenteraad' sturen, dat moet dan in de eerstvolgende raadsvergadering worden behandeld. Let op dat je geen adres of brief aan de burgemeester, een wethouder of de Burgemeester en Wethouders stuurt, want dan wordt je brief niet in de gemeenteraad behandeld en heb je weinig invloed op de reactie op je brief. In de meeste gemeenten is er eens in de twee weken een raadsvergadering, waarin jouw adres behandeld kan worden. De procedure is dat Burgemeester en Wethouders in deze vergadering op jouw adres reageren. Er zijn verschillende mogelijkheden:

- b&w reageren zelf en de gemeenteraad wordt niet ingeschakeld ("zelf afdoen").
- b&w reageren zelf en informeren een commissie van de gemeenteraad achteraf ("zelf afdoen met informatie aan de commissie").
- b&w maken een ontwerp-antwoord dat in een commissie besproken wordt ("afdoen gehoord de commissie").
- Als je adres heel belangrijk wordt gevonden kan b&w het als officieel stuk in de raadsvergadering inbrengen.

De meeste beslissingen worden slechts summier in de gemeenteraad besproken. Ze worden in raadscommissies voorgekookt, de zogeheten commissies van bijstand. Hier bespreken de fractiespecialisten van de partijen samen met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaren de te nemen besluiten. Als ze het eens worden, is de behandeling in de gemeenteraad nog slechts een formaliteit. Je kan je dus het beste tot de betreffende raadscommissie richten om de overheid te overtuigen van je gelijk. En ook als je met je adres iets wilt bereiken, is het belangrijk dat het in de commissie van bijstand behandeld wordt. Neem contact op met de raadsleden van de commissie van bijstand met het werkterrein van jouw adres, om je argumenten toe te lichten en hen te wijzen op de zaken die zij over het hoofd hebben gezien. De gemeenteraadsleden kunnen dan naar aanleiding van jouw informatie vragen stellen in de gemeenteraad. Bij elk gemeentehuis kun je een lijst met namen, adressen en telefoonnummers van gemeenteraadsleden krijgen en een overzicht van de samenstelling van de commissies van bijstand. Probeer met raadsleden van zoveel mogelijk partijen een afspraak te maken. Mocht dit niet lukken licht dan je adres telefonisch toe. Hoe meer partijen van je adres weten, hoe meer invloed je kunt uitoefenen, en bovendien weet je dan iets meer over de politieke verhoudingen rond het onderwerp van je adres.
Als het gelukt is je adres in een commissie van bijstand behandeld te krijgen kun je ook spreektijd op de vergadering aanvragen. Om maximale invloed op de reactie op je adres te hebben is het aan te raden om voor de commissievergadering nogmaals de leden van de commissie te benaderen. Zorg ervoor dat je verhaal op de vergadering geen slaapverwekkend, theoretisch betoog wordt. Houdt het zakelijk en duidelijk. Herhaal altijd aan het einde van je verhaal de belangrijkste punten. Soms is er, nadat de gemeenteraadsleden en wethouder aan het woord zijn geweest, nog een tweede kans om in te spreken. Dit is het moment om leugens te ontzenuwen.
Om na te gaan hoe de gemeenteraad in het verleden op soortgelijke adressen heeft gereageerd, is het handig om in de bibliotheek van het stadhuis het Gemeenteblad te raadplegen. Hierin staan alle adressen, alle verslagen van vergaderingen en ook de afhandeling van adressen, voorstellen en natuurlijk de uiteindelijke raadsbesluiten. Het personeel van de stadhuisbibliotheek kan je helpen bij het zoeken.


Tijdens het verzamelen van je argumenten heeft het vaak ook zin naar de ambtenaren te stappen die zich met jouw onderwerp bezig houden. Grofweg zijn er binnen een gemeente twee soorten ambtenaren: bestuursambtenaren die B&W helpen bij beleidsvoorbereiding en ambtenaren met uitvoerende taken. Bestuursambtenaren vormen de 'secretarie' en werken op het gemeentehuis. Bij hen kun je vooral dingen over beleid en plannen te weten komen maar ze zijn meestal nogal formeel en ze laten niet snel het achterste van hun tong zien. Ambtenaren van de uitvoerende diensten zijn vaak veel minder formeel. Je kunt hier veel meer te weten komen en ook invloed uitoefenen, zeker als het om minder controversiële zaken gaat.
Als er een bijzondere boom voor je huis gerooid dreigt te worden, kun je natuurlijk keurig een adres schrijven maar tegen de tijd dat dit behandeld wordt, is de boom waarschijnlijk allang weg. In die gevallen kun je beter direct een ambtenaar van de milieudienst bellen om hem ervan te overtuigen dat de boom moet blijven staan.


Pers

Het belang van publiciteit is tweeledig: de meeste speculanten worden liever niet te kijk gezet en zullen sneller eieren voor hun geld kiezen. Daarnaast heeft negatieve publiciteit vaak het effect dat zakenrelaties niet langer aan de betreffende projecten willen meewerken.
Veel actievoerders vragen zich daarom af: hoe kom ik in de krant. Hierna volgt een korte cursus omgaan met de pers, vooral gericht op een gemiddelde actie. Bij 'heftige' acties is het niet zo moeilijk om in de krant te komen. Maar eigenlijk is het ook bij 'softere' acties niet zo moeilijk, ondanks de tegenstrijdige berichten die hierover de ronde doen.
Belangrijker dan de vraag 'hoe kom ik in de pers', is eigenlijk de vraag: 'wat wil ik ermee bereiken'. Willekeurig de pers halen is wel leuk voor je plakboek, maar ervan uitgaande dat je een bepaald doel wil bereiken kun je je tijd wel beter gebruiken.
Stel je woont in een bedreigd pand en je wilt die dreiging afwenden. Je kunt de pers dan gebruiken om bepaalde mensen te bereiken. Bijvoorbeeld het publiek, of de eigenaar, of de rechter, of de politici. Het is nuttig om van te voren een keuze te maken en te bedenken waarom je ze wilt bereiken. Dat scheelt een hoop overbodig werk. Het is misschien wel leuk om de publieke opinie op jouw hand te krijgen, maar wat heb je er precies aan? Ambtenaren en raadsleden blijken hiervoor meestal niet al te gevoelig te zijn. Deze lieden zijn weer wel gevoelig voor wat kranten schrijven over hun slechte beleid. Als je dus kiest voor het bewerken van de politiek moet je ervoor zorgen dat je in een krant komt die politici serieus nemen. Kortom bepaal je strategie.
De geschiedenis van een pand is vaak niet erg interessant voor journalisten. Hooguit als het om een bolwerk gaat waarbij er veel geweld verwacht wordt. Hoe schandalig de speculatie-achtergrond van je pand ook is, als je de pers wilt halen zul je er iets omheen moeten organiseren. Iets dat opvalt of wellicht iets ludieks. Voor de pers is dat de reden om over je pand te schrijven en het geeft jou, als het even meezit, de gelegenheid om iets over de speculatie-achtergrond te zeggen.


Hoe ga je te werk (als je tenminste nog zin hebt)? We gaan uit van een willekeurig pand en, nogmaals, van een niet al te harde actie. De gemeente had iets moeten doen, maar het ziet er naar uit dat de wethouder daar geen zin in heeft. Omdat hij het niet belangrijk genoeg vindt of omdat het hem teveel moeite gaat kosten. Aan jou de taak dat in de krant te krijgen. Het beste kun je kiezen voor een actie die anders is dan wat voorheen al eens is geweest; dus niet alweer een bezetting. Kies ook voor iets waar een illegaal tintje aan zit, want dat zal vooral de pers aantrekken. En kies voor iets waarvoor je niet al te veel mensen nodig hebt, want in deze barre tijden zijn er altijd te weinig voor acties. Bedenk tot slot een leuke naam voor je actiegroep om de pers een plezier te doen en zorg ervoor dat de actie iets fotogenieks heeft.

In dit voorbeeld zal de actiegroep 'Juliana had Koningin moeten blijven' vlak voor de commissievergadering de tas van de wethouder afpakken en een kwartier in gijzeling houden. Dit klinkt debiel, maar het voldoet aan de voorwaarden: een gekke naam, fotogeniek en een beetje illegaal.
De dag voor de actie ga je bellen. Je belt eerst een aantal fotografen. Het beste zijn de commerciële persbureaus en de freelancers die vaak foto's in de krant krijgen. Een aardige jongen die goed kan fotograferen is wel leuk, maar als een fotograaf geen contacten met kranten heeft, zal hij zijn foto's er veel moeilijker in krijgen. De commerciële fotografen zijn direct afhankelijk van de verkoop van hun foto's. Hun belang is hetzelfde als de jouwe: de foto in de krant krijgen. Ze zijn vaak blij dat je ze een tip geeft en doen vaak goed hun best. Veel van deze fotografen vind je in de gids die de Nederlandse Vereniging van Fotografen (nvf) jaarlijks uitgeeft (tel. 08380 13248).
Daarna bel je de kranten en je vraagt naar de redactie die op jouw zaak van toepassing is. Het heeft nauwelijks zin om freelance journalisten te bellen, want hier ga je juist gebruik maken van de luiheid van de journalist in vaste dienst. Die is allang blij als er iets op zijn of haar bord wordt geschoven. Bij het bellen van de journalist is het wel handig om een beetje geheimzinnig te doen over wat je precies van plan bent. Dat geeft hem het gevoel dat hij belangrijk is. Merk je echter dat hij hierdoor juist geïrriteerd raakt, doe het dan vooral niet. Doel is slechts dat erover geschreven wordt. Bij lokale radio kun je het beste even langsgaan en vragen naar de redactie. Meer kun je van te voren niet doen.
Op de dag zelf zorg je dat bij iedereen van de pers een persbericht op het bureau ligt waarin je je boodschap vertelt. Dit doe je uiteraard kort, puntsgewijs (denk aan de vijf w's: wie, wat, waar wanneer en waarom) en in een neutrale stijl. Een journalist ziet zichzelf graag als iemand die zakelijk en to the point schrijft. Hoe meer jij op die manier je persbericht schrijft, hoe groter de kans dat de journalist er gewoon stukken uit overschrijft. Journalisten zijn in wezen lui.
Tijdens de actie hou je in de gaten welke journalisten er zijn en je geeft ze nogmaals het persbericht. De fotografen sein je in waar en wanneer ze de mooiste plaatjes kunnen maken. Meteen na de actie bel je als eerste het ANP, ook wanneer ze zelf al een verslaggever gestuurd hadden. Je geeft in een zeer korte stijl weer wat er gebeurd is. Het heeft bij het ANP absoluut geen zin om de achtergronden weer te geven. Het ANP is er alleen voor de feitelijke gebeurtenissen. Zorg ervoor dat de feiten in je verhaal kloppen, hooguit wat meer demonstranten. Bel dan je lokale of je regionale radiostation en geef een verslag van wat er gebeurd is. Hier kun je meestal wel iets kwijt over de achtergrond.
Het enige wat je hierna nog kunt doen is meedenken met de schrijvende journalisten. Ochtendkrantjournalisten zitten meestal 's avonds vanaf zeven uur aan hun bureau op de redactie. Ze hebben net gegeten en denken: wat zal ik nu eens gaan schrijven. Avondkrantjournalisten zitten met hetzelfde probleem om half negen 's ochtends. Dat zijn dan ook de tijden om ze voor de tweede keer te bellen. Je zegt: "Hallo, met het actiecomité 'Juliana had Koningin moeten blijven', we zijn benieuwd of u nog iets te vragen heeft". Meestal is dat een goed getimed moment. Ze hebben net alle ANP-telexberichten gelezen en als je het kort heb gehouden is de kans redelijk groot dat je daarop staat. Ze hebben net de foto's gezien en de avondkrantredacteur heeft als het meezit ook net het ochtendblad uit, waar jij al in staat. Wellicht zijn ze ook nog wezen kijken op je actie. Dus als het goed gaat heeft de journalist op dat moment het nieuws van vier kanten binnen gekregen. Hij kan dan nog maar één ding concluderen: dit is nieuws. Hij hoeft natuurlijk niet te weten dat jij ervoor gezorgd hebt dat het van die vier kanten kwam. Je hebt nu grote kans dat hij je wat meer over de achtergronden vraagt. Op die manier heb jij ook nog het laatste woord.

Dit is een handleiding voor een gemiddelde actie. Ben je iets gevaarlijks van plan dan spreekt het voor zich dat je dat niet over de telefoon zegt en alleen betrouwbare journalisten tipt. De hoofdredacties van de meeste landelijke kranten zitten in Amsterdam, behalve die van het NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad, die zitten in Rotterdam. Voor het nieuws uit 'de provincie' maken ze gebruik van regionale correspondenten. Dat zijn ook journalisten, met alle nare trekjes vandien, maar soms hebben ze dezelfde belangen als de actievoerders buiten Amsterdam. Voor hen is het ook zeer moeilijk om hun stukjes in de krant te krijgen tussen al dat hoofdstedelijke nieuws. Daarom zijn ze eerder geneigd om alles aan te grijpen wat hen aangeboden wordt. Als je buiten Amsterdam actie voert loont het dus vaak de moeite om contact op te nemen met de correspondenten. En vergeet niet ook journalisten van regionale kranten voor je zaak te interesseren.


We hebben het tot zover gehad over de burgelijke pers. Daarnaast heb je de alternatieve media. Daar heb je meestal veel minder gezeik mee. Zij nemen vaak gewoon over wat je voor ze hebt geschreven. Deze media zijn vooral van belang om de eigen achterban op de hoogte te houden.



Enkele belangrijke adressen:


Landelijke kranten:
Algemeen Dagblad, Postbus 241, 3000 DB Rotterdam, tel. 010 4066077
NRC Handelsblad, Postbus 824, 3000 DL Rotterdam, tel. 010 4066111
Het Parool, Postbus 433, 1000 AK Amsterdam, tel. 020 5629333
De Telegraaf, Postbus 376, 1000 EB Amsterdam, tel. 020 5859111
Trouw, Postbus 859, 1000 AW Amsterdam, tel. 020 5629444
De Volkskrant, Postbus 1002, 100 BA Amsterdam, tel. 020 5629222


Persbureaus:
ANP, Postbus 1, 2501 AA Den Haag, tel. 070 3520520
GPD, Postbus 224, 2501 AV Den Haag, tel. 070 3924061


Alternatieve bladen:
NN, Van Ostadestraat 233nn, 1073 TN Amsterdam, tel. 020 6761773
Grachtenkrant, Postbus 16544, 1001 RA Amsterdam
Omslag, Postbus 934, 2003 RX Haarlem
Kleintje Muurkrant, Postbus 703, 5201 AS 's Hertogenbosch, tel. 073 139927
Lekker Fris, Postbus 1610, 6501 BP Nijmegen

 

 

Naar het vorige hoofdstuk  terug naar de Inhoudsopgave Informatie over het spok