de heren zijn toch geen inbrekers?
 

6. Niet-openbare bronnen


De meeste bronnen die in deze gids beschreven staan, zijn openbaar. Hier vind je hier vaak maar een fractie van het materiaal dat er over de door jou onderzochte onderwerpen bestaat.
Als het om de manier gaat waarop beslissingen zijn of worden genomen, staat de geïnteresseerde buitenstaander meestal voor een dichte deur. Door handig gebruik te maken van niet-openbare bronnen is hier soms nog wel wat aan te doen; bijvoorbeeld door simpelweg contact op te nemen met de personen waar het om gaat of door onaangekondigd op bezoek te gaan.



Het gesprek

De baliemedewerker van de Kamer van Koophandel of het kadaster kan bij het speurwerk soms je beste bondgenoot zijn. Een goede verstandhouding met zo iemand doet wonderen en dat begint met een vriendelijk praatje en een prettig voorkomen. Het hiernavolgende stuk gaat over het gesprek als middel om meer informatie los te krijgen, gegevens die niet of moeilijk op een andere manier te vinden zijn. Het is geen interviewhandleiding of gebruiksaanwijzing voor het doorzagen van informanten. De aandacht richt zich vooral op de zakelijke ontmoeting, het bezoek aan instellingen of autoriteiten op een bepaald gebied.


Informatie lijkt vaak ten onrechte onbereikbaar. Drempelvrees kan een oorzaak zijn, veroorzaakt door een zekere schroom om binnen te treden in de grote mensenwereld waar het allemaal gebeurt. Veel mensen blijken het echter leuk te vinden om persoonlijk aangesproken te worden op het werk dat ze doen, ze praten makkelijk en veel. Maar: een goede voorbereiding is het halve werk. De strategie die je kiest is afhankelijk van een aantal factoren. Belangrijk is de vraag hoe geheim de dingen zijn die je wilt weten, zijn het gewoon een aantal feiten die jouw verhaal rond kunnen maken, of is het echt 'classified information'? Een tweede factor is de benaderbaarheid van degene die de informatie moet geven. Bedenk wie je het beste kunt hebben en hoe je die persoon moet benaderen. Moet het de deskundige zelf zijn, de autoriteit, of juist de ondergeschikte dan wel de secretaresse? Pleeg een telefoontje met een heel andere vraag om iemand vast een beetje uit te testen. Een laatste factor van betekenis betreft de vermogens die je zelf in huis hebt. Bedenk daarbij dat niet iedereen even geschikt is voor dit werk, degene die de meeste voorkennis heeft, is niet zonder meer degene die het gesprek gaat voeren. Geloof in de rol die je speelt is van groot belang. Uiterlijk of aanpassingsvermogen kan daarbij doorslaggevend zijn.
De specifieke omstandigheden bepalen de verdere aanpak; ga je als jezelf of in een rol, speel je open kaart of gebruik je een smoesje, maak je een afspraak of ga je juist onverwacht, doe je het telefonisch of ga je persoonlijk langs op het werk, thuis of in de kroeg? Met name in een kroeg willen mensen nog wel eens hun mond voorbijpraten.



"Welke wethouder dronk met speculant Bakker?"

"Welke Amsterdamse wethouder zat twee weken geleden met de bekende speculant Gerard Bakker en diens advocaat in het Amsterdamse café Hoppe aan het Spui en sprak met hem over de affaire van de 'Grote Wetering', het met veel politiegeweld gedeeltelijk ontruimde en inmiddels half gesloopte kraakpand aan de Weteringschans?

Gerard Bakker schreef in het NRC-Handelsblad vorige week de wekelijkse rubriek Hollands Dagboek vol. En de speculant maakte daarin melding van een 'toevallige' ontmoeting die hij in cafe Hoppe met een niet nader genoemde wethouder had. 'Als even later ook zuiver toevallig mijn advocaat met echtgenote binnenstapt, ontstaat een interessante discussie waaruit ik als conclusie trek dat de meningen niet zover uit elkaar liggen en dat we het over een ding volkomen eens zijn, namelijk dat deze puinhoop zo niet kan blijven liggen', zo luidt een passage in Bakkers verhaal."


(Uit: De Waarheid d.d. 27-8-'81)



Ambtenaren, politici, makelaars en notarissen zijn mensen die beroepshalve met veel mensen te maken hebben. Ze zijn dus gewend bezoek te krijgen van de meest uiteenlopende sujetten. Maak daar gebruik van: de rollen die je kunt kiezen zijn schier onuitputtelijk. Ga als vertegenwoordiger van een actiecomité of als bezorgde buurtbewoner. Een charmante enquêtrice kan interessante vragen stellen, maar ook een onzin-enquête doen om de sfeer te proeven terwijl haar collega de ruimte in zich opneemt voor een eventueel later bezoek onder andere omstandigheden. Misschien ben je als (free lance) journalist op zoek naar de ontbrekende feiten of als student bezig met een onderzoek. Of, gevaarlijker, geef je je uit voor een collega van een andere afdeling of uit een stad ver weg.
Het telefonisch gesprek kan makkelijker lijken, maar is een kunst apart. Oefen de juiste stem: aardig en beleefd, en toch doortastend. Onschuldig beginnen, maar wel aanhouden tot je bent waar je wezen moet. De tijd waarop je belt kan van wezenlijk belang zijn. Bij ministeries word je soms eindeloos doorverbonden met verschillende afdelingen. Als je dan na tien minuten en vier keer je hele verhaal chagrijnig terug bent bij de eerste juffrouw en je zegt er wat van, dan krijg je de volle laag: "U belt ook tussen 12 en 2! Dan is het te verwachten dat niet iedereen op zijn plek zit!" Na half vier zijn bij dat soort instanties de eersten alweer naar huis en voor tienen, voor de koffie, zijn ze vaak nog niet te genieten. Probeer te bepalen of het handiger is 's morgens te bellen, voor een fris en serieus praatje, of juist 's middags voor een meer lusteloos gesprek waarin iemand per ongeluk zijn mond voorbij praat.
Laat je niet te snel afschepen, of bel zo vaak terug dat het verplichtingen schept. Niet te vlug opgeven ook, zelfs gesprekken die dreigen vreselijk mis te gaan door het assertief optreden van kantoormevrouwen kunnen weer goedkomen. Die dame van het ministerie uit het voorbeeld hierboven hervond haar beleefde houding omdat ze zelf weer terughoudend maar correct benaderd werd. Dus: niet te makkelijk kwaad worden. Integendeel, feeling met bedrijfshumor, met ambtenarenlol kan essentieel zijn. Probeer je te verplaatsen in degene met wie je praat, luister hoe hij praat, een grapje kan veel doen.
Het kan zijn dat de secretaresse haar baas permanent afschermt (is in bespreking, in het buitenland, bij de tandarts, enzovoort). Ook kan het zijn dat de baas geen informatie wil geven maar zijn ondergeschikten juist wel. Bel daarvoor op rond lunchtijd als hij weg is en zij met grote waarschijnlijkheid de telefoon opnemen. Zeker als je je voordoet als zakenrelatie en 'even' iets wilt weten of verifiëren. Vergeet hierbij de fax niet. De vraag of de papieren even gefaxt kunnen worden is tegenwoordig niet ongewoon. Met de gefaxte documenten heb je gelijk een belangrijke informatiebron in handen.
Bij grotere organisaties loont het soms de moeite een opvolgend telefoonnummer te proberen en je vanaf daar direct te laten doorverbinden. Bijvoorbeeld: alle telefoonnummers van het stadhuis in Amsterdam beginnen met 552 en dan vier cijfers. Als 5522620 wordt afgeschermd, kun je 5522621 proberen.

Helaas moet vastgesteld worden dat steeds meer instellingen zich wapenen tegen de al te directe benadering. Daartoe is 'de Afdeling Voorlichting' in het leven geroepen. Oorspronkelijk leek het de bedoeling dat dit soort afdelingen het geven van voorlichting op een professionele manier zouden stroomlijnen. Na verloop van tijd blijkt echter dat voorlichters in de praktijk gaan functioneren als 'De Censuur': zij bepalen wat er naar buiten gaat en wat niet.

In het het blad van de Nederlandse Vereniging van Journalisten deden in 1991 Gerard Legebeke en Hans Simonse van vpro-radio hun beklag: "Overheidsvoorlichters - een gevaar voor de vrije nieuwsgaring." Voor een serie documentaires over J.K. Leutscher hadden zij contact met een fiod-ambtenaar in Haarlem in verband met een gesprek over ondoorzichtige netwerken van B.V.'s. Hij zelf wou graag praten maar de afdeling voorlichting van het ministerie van Financiën stak er een stokje voor; bang dat de vpro de ambtenaar specifiekere uitspraken over de handelwijzen van Leutscher wilde ontlokken. Een gesprek met de leiding van de fiod over het onderwerp in algemene zin was in eerste instantie nog wel mogelijk maar later werd ook dat door voorlichting afgeblazen: "Zo'n interview is niet in ons belang." Alsof je per ongeluk beland bent bij de PR-afdeling van een kroketten-fabriek. De overheid behoort toch niet slechts informatie te verstrekken als het in haar belang is?
Nog sterker wordt het als dezelfde journalisten proberen een interview te krijgen met het hoofd van de bvd, Docters van Leeuwen. Brieven met een verzoek dienaangaande worden stelselmatig niet aan Docters van Leeuwen zelf doorgegeven. De voorlichter van het ministerie van Binnenlandse Zaken die over de bvd gaat, mevrouw Donkervoort is een absolute ster in het afschepen van lastige journalisten; ze is zo goed als onbereikbaar en ze belt -ondanks nadrukkelijke toezeggingen - bijna nooit terug.
Iedere zichzelf respecterende instelling bedient zich tegenwoordig van voorlichters. Zo merkte een journaliste van een gerenommeerd avondblad dat het haar niet meer lukte om agenten van de Amsterdamse politie te interviewen. Ieder contact moet door Klaas Wilting gefiatteerd worden, zodra hij er lucht van krijgt dat er iets buiten hem om gebeurt wordt het verboden. Het liefst zou hij alles zelf doen. De enige omweg in dit geval was hoofdcommissaris Nordholt himself, nadat ze met hem had kennisgemaakt lukte het haar Wilting te passeren. Omdat die opzet buiten bereik ligt voor de meeste lezers van dit boek, is het raadzamer in zo'n geval te kiezen voor een low-profile benadering.



Als je weet met wie je gaat praten en hoe je het aan gaat pakken, dan volgt voorbereidingsfase nummer twee. Zorg dat je zoveel mogelijk gelooft in je eigen rol. Het basismateriaal waarmee we werken is het uiterlijk, de frisse verschijning. Het belang van schone kleren kan niet genoeg benadrukt worden, dus: haren kammen, tanden poetsen, strijken. En voor de dames: hakjes veranderen je hele manier van lopen, wel even thuis oefenen, goed aangebrachte lipstick verzekert u van de juiste aandacht en leidt af van het feit dat u daar misschien helemaal niet hoort. Een keurige jas nonchalant over de arm, het sjaaltje charmant gedrapeerd, niet overdrijven, het werkt echt!
Dan het gesprek zelf. Kies voor een directe benadering of doe eerst een inleidend praatje. Het beste is om met z'n tweeën te gaan, één voor het praten en de ander meer op de achtergrond om het verloop van het gesprek in de gaten te houden en om de reacties van degene aan de andere kant van de tafel te observeren. Maak van tevoren een plan en noteer een aantal punten die in ieder geval aan de orde moeten komen. Als het nodig is kan die tweede persoon ingrijpen, een aanvullende vraag stellen of door rustgevende opmerkingen een dreigende crisis bezweren. Zo'n rolverdeling heb je al vantevoren afgesproken, zorg er in ieder geval voor dat je elkaar niet zomaar afvalt of irriteert tijdens het onderhoud. Als degene tegenover je een beetje slim is zal hij daar onmiddellijk gebruik van maken.
Het is altijd nuttig zo'n situatie eerst te oefenen, in een rollenspel dat de realiteit zoveel mogelijk benadert. Er valt altijd nog wat te leren over het reageren op botte houdingen of glibberige ontwijkingstactieken. Oefen met wachten nadat iemand uitgepraat is, alsof je nog meer verwacht. Wees niet te bang een pijnlijke stilte te laten vallen, daar kan van alles uitkomen. Betrap je iemand op een aperte leugen, probeer dan door de vraag nog een keer te stellen, hem die leugen te laten herhalen. Geef je gesprekspartner veel aandacht, kijk hem of haar in de ogen, concentreer je, laat het niet los. Doorslaggevend is de vraag of je contact weet te krijgen met iemand, misschien is daar eerst een babbel voor nodig, een flauwe grap. Het is goed respect te hebben voor iemands autoriteit, maar met wie je ook praat: het zijn ook mensen. Een gesprek is een sociaal gebeuren, iedereen heeft een weke plek: dol op rooie lippen of mooie jongetjes, status of statistiek - als je daar achterkomt ben je binnen. Een vertederend kindje meenemen wil ook nog wel eens werken, al is daarbij het risico voor een foute afloop groter.
Je kan met details op de proppen komen, wetenswaardigheden of kleine essentiële feitjes, zodat duidelijk is dat men hier niet met de eerste de beste te maken heeft.


Echt voor gevorderden is de truc die in de Hacktic van eind 1992 stond. De redactie van dit blad voor techno-anarchisten en computerkrakers had het sterke vermoeden dat de telefoons werden afgeluisterd. Rop Gonggrijp, redacteur van het blad, belde naar de ptt voor het nummer van de centrale in zijn buurt. Daar gaf hij zich uit voor een monteur van de buitendienst met een technisch probleem. Hij noemde alleen zijn voornaam, gebruikelijk onder ptt-monteurs, en legde uit wat voor vreemde geluiden er op de betreffende lijnen te horen waren. Op die manier kwam hij erachter dat de lijnen opnieuw bedraad waren met een kleurcode die normaal niet voorkwam. De lijnen van Hacktic bleken bovendien verbonden met een rek dat de man van de centrale nog nooit gezien had en dat in verbinding stond met andere lijnen in dat gebouw.
Rop slaagde er niet in deze man over te halen die lijnen dan maar door te knippen, want hij mocht er niet aankomen. Maar Rop wist genoeg. Later heeft hij die man op de centrale nog een keer teruggebeld en eerlijk uitgelegd wie hij was en wat hij deed. Dit is natuurlijk wel werk voor specialisten, pas op voor zelfoverschatting.


Op deze ideeën zijn eindeloos veel variaties mogelijk. Laat je fantasie werken en verzin zelf wat in jouw geval de beste oplossing is. Hou vast aan de rol die je gekozen hebt, maar een andere keer teruggaan met een vers verhaal in een nieuwe verschijning kan ook altijd nog.



Onaangekondigd bezoek

De gemiddelde ambtenaar houdt om half vijf met werken op, de kantoren sluiten echter om vijf uur. De meeste 'hete' dossiers worden achter slot en grendel bewaard maar soms struikel je toch ergens over. Bovendien kunnen bij alle instellingen en personen vuilniszakken een schat aan informatie bieden. Je kan natuurlijk ook op een zaterdag op bezoek gaan...


"De heren zijn toch geen inbrekers?"
"Hoe moesten we binnenkomen, en vervolgens met het papier weer naar buiten? Zuid-Afrika's grootste multinational is in Nederland gevestigd op de tweede etage van een kantoorgebouw op de Prinsengracht 783 in Amsterdam. Drie vrij stevige deuren scheidden ons van de paperassen. In het kantoorpand waren op de vierde verdieping op onregelmatige tijden advocaten aanwezig. Op de begane grond en de eerste etage zit een gerenomeerde galerie. Op straat is het ook 's nachts druk. Inbreken leek zeer riskant.

We hebben de schoonmakers, waarvan we wisten dat ze op zaterdagmiddag aan het werk zouden zijn, misleid om binnen te kunnen komen. Leuk is het niet om deze mensen te belazeren maar het is stukken beter dan een knokpartij of een mislukte aktie. Daarom kozen we voor een eigentijdse manier van aktievoeren en gingen er deuren open die anders gesloten waren gebleven - Hieronder volgt een verslag hiervan.

Kwart over twaalf, ze waren nu bijnal al een half uur aan het schoonmaken. Het werd nu wel eens tijd om het halletje achter de glazen deur te stofzuigen.

Van Asperen stuurde zijn snelle wagen de Prinsengracht op. Hij en Van den Berg waren werkzaam bij de Pierson bank in Den haag. Gisteren hadden ze nog een dringende bespreking in Luxemburg en vanmiddag, zaterdagmiddag notabene, hadden ze om half twee een spoedvergadering bij Plain Holding, een financiele dochter van de Anglo Groep. De rit had 31/2 uur geduurd, ze waren nog wat vroeg. Regenen deed het nog steeds, het tweetal ging alvast bij Plain Holding kijken, daar was het zeker droog.

'Goedemiddag'. 'Gemiddag'.

'Goedenmiddag heren, kan ik u van dienst zijn?' 'Wij komen voor Plain Holding, we zijn wat eerder voor onze bijeenkomst.' De man met de stofzuiger zei dat zijn vrouw boven aan het schoonmaken was. De heren antwoordden dat ze nog wat stukken wilden doorkijken; hiertegen was geen bezwaar. Het weer was ook maar niets, beaamden ze en vervolgden hun weg. Gelukkig dat stofzuigers op elektra werken, zodat de tussendeur niet in het slot kon vallen. Yuppies als deze heren zijn, nemen altijd de trap en al babbelend over het tennisdubbelspel vorige week, kwamen ze bij de laatste deur. Ook deze ging weer heel gemakkelijk open, de klink omlaag en dan gewoon duwen.

'Goedenmiddag, eh, ik ben mevrouw...' (de naam klopte met hun informatie, hoewel de heren geen blijk van herkenning gaven). Ze stelden zich voor, gaven een zakenmannenhand. Mevrouw werd uitgelegd dat ze wat eerder waren en gevraagd of ze nog lang bezig was. Nee hoor, boven moest alleen nog wat gestofzuigd worden en verder was er beneden nog het een en ander te doen. Van den Berg en Van Asperen zetten zich aan de grote vergadertafel, lieten hun diplomatenkoffertjes klikken en staken een Dunhill op. De Financial Times kwam op tafel, wat stukken voor de vergadering evenals een rekenmachientje. De Dow Jones Index moest nodig nog eens worden nagerekend."

(...)

"Tik, tik, tik, zei de rekenmachine en pom, pom, pom, neuriede de schoonmaker. (Echt waar). Vandaag werd er pas echt goed schoongemaakt. De drie kwartier waar de heren op hadden gerekend hadden, zolang duurde het normaal, werden bijna verdubbeld. De vergadering zou nu bijna beginnen, Van Asperen en Van den Berg werden toch wel wat nerveus. Ze kletsten nog wat over de verloving van Tiny, de interne memo's van vorige week en de dalende goudprijs (of steeg die juist?) Hun tenen kromden verder en zweetlucht vermengde zich met de geur van after-shave, toen mevrouw kwam zeggen dat ze klaar waren. Ze verbaasde zich er wel over dat er nog niemand was van de andere heren, het was toch al bijna half twee. Meteen verzette één van de heren de bijeenkomst naar twee uur, een half uur later. Tsja, nou dan gingen ze maar, moesten ze de heren maar alleen achter laten. 'Het ziet er piekfijn uit, mevrouw, mijnheer! En een prettig weekend nog.' 'O ja, u laat de buitendeur toch open voor de heren die zo meteen komen?'

'Bedankt', zeiden de heren ten afscheid. Terwijl de asbak met peuken al in de aktentas verdwenen was en de lucht van spiritus de ruimte vulde om wat vette vingers te verwijderen, werd er aangebeld. Het was de werkster, terwijl die al zo'n 5 à 7 minuten weg was. De asbak kwam weer op tafel, de peuken werden er weer bijgezocht, een dot spiritus verdween in de hoek. De vrouw kwam de trap op en het kantoor weer binnen. 'Moet u horen', zei de vrouw 'wij hebben de verantwoordelijkheid hier en als er iets zou gebeuren, dan kan dat onze baan kosten. Ik ga meneer Werker bellen', besloot ze. 'Of de heren het niet erg vonden, dat ze het toch zeker wilde weten?' Echt prettig vonden ze het niet, nee. Maar ze begrepen het wel en ach, de heer Werker was al onderweg naar het kantoor en zou toch niet te bereiken zijn.

Mevrouw was vastbesloten, en of de heren nu vriendelijk, beleefd doch dringend verzochten het telefoontje maar te laten, het mocht niet baten. Meneer Werker werd opgebeld, en was zoals gezegd niet thuis. Een zucht van opluchting was moeilijk te onderdrukken, maar de heren bleven zelfverzekerd in hun pak zitten. Voor de zekerheid vroeg mevrouw nog: 'De heren zijn toch geen inbrekers, nietwaar?' Nee, hum, hum, dat waren ze niet maar wel hadden ze begrip voor mevrouws argwaan. Amsterdam was immers Den Haag niet. Ze wisten wel verhalen over opengebroken auto's in Amsterdam. De complimenten zouden ze doen aan de heer Wiersum en Werker over de oplettendheid van hun personeel. Niet geheel overtuigd vertrok het echtpaar weer.

Van den Berg en Van Asperen twijfelden nu ook of de bijeenkomst om twee uur zou beginnen en zijn uiteindelijk maar vertrokken. Al peinzend over miljarden en een dubbeltje op z'n kant liepen ze het gebouw uit en drie deuren bleven open..."

(Uit: Bluf! nr.228)



Deze inbraakactie bij Plain Holding werd uitgevoerd door de actiegroep Splijt Apartheid. De actie had twee resultaten; een woordvoerder van het bedrijf verklaarde dat "de werkzaamheden voor zeker drie maanden waren lamgelegd", en bovendien kon de actiegroep een zwartboek publiceren waarin de Nederlandse bijdrage aan de belasting-ontduikingspolitiek (via de zogenaamde Antillenroute) van deze Zuid-Afrikaanse multinational aan de kaak werd gesteld.
Splijt Apartheid publiceerde ook een verslag over het verloop van de actie. De onderstaande punten zijn misschien van belang voor actiegroepen in dezelfde situatie.
Vrij Nederland kreeg de primeur van de brochure en publiceerde een paginagroot artikel. De landelijke dagbladen kregen enkele dagen voor het verschijnen van vn de brochure, maar onder embargo. Hierbij maakten ze de fout niet te vertellen dat vn de primeur had. Bijna geen enkele krant besteedde er daarom aandacht aan.
De actievoerders gaven (via contactpersonen) schriftelijke interviews. Bovendien konden reacties naar het postbusnummer van het radikale weekblad Bluf! gestuurd worden. Via deze weg reageerden veel zakenmensen die de actiegroep nog meer nuttige informatie verschaften.
Het verslag sloot aldus af: "Veel te laat realiseerden we ons dat we te bescheiden over publiciteit hebben gedacht, we zijn vergeten om over de grenzen te denken. Maar Anglo is een internationaal bedrijf en de schaal van belastingontduiking is ook internationaal enorm. Daarom bleken heel wat journalisten en anti-apartheids- en onderzoeksgroepen geïnteresseerd in een Engelse vertaling. Voor de journalisten is het nu te laat, het is geen 'nieuws' meer."



Bezettingen

Het bezetten van kantoren van (overheids-)instanties is een bekend actiemiddel. Een van de bekendste bezettingen is die van het Maagdenhuis in 1969. De bezetters snuffelden de administratie van de universiteit door, en stuitten onder andere op een handleiding Hoe om te gaan met bezettingen.
Het is verstandig om voordat je gaat bezetten te bedenken waar je welk soort papieren kan vinden. In 1983 bijvoorbeeld, bezette een groep krakers vijf voorposten en het Buro BestuursContacten (bbc) van de gemeente Amsterdam uit protest tegen het (ontruimings-)beleid van de gemeente. In het tekortschietende beleid teleurgestelde ambtenaren hadden vantevoren tips gegeven waar bepaalde documenten gevonden konden worden.

Naar aanleiding van deze actie hebben de krakers een brochure gepubliceerd. Deze bbc-papers geven een mooie indruk van de dubbelhartige politiek van de gemeente.

Je kan echter ook gruwelijk de mist ingaan...


"Overval op drie letters"

"Vorige week bestormde een groep krakers en sympathisanten een kantoorpand in de binnenstad van Amsterdam. De bedoeling was het pand twee dagen bezet te houden. Maar de bezetters hadden zich nog maar net van de kelder tot de vliering verspreid toen het tot ze doordrong dat ze het verkeerde gebouw waren binnengedrongen. 'Jullie hebben je huiswerk niet goed gedaan' , riep de heer Hiemstra van het reclamebureau hbm-associates. Uit het pamflet dat de bezetters uitdeelden bleek dat men de bedoeling had het gebouw van de Hollandse Beton Maatschappij (hbm) in te nemen.

In Amsterdam is het voormalige bedrijfspand van Wijers vier maanden geleden gekraakt. Volgens de krakers wonen er nu 175 mensen. Het pand en de grond zijn eigendom van hbm. Een dochtermaatschappij wil er een hotel bouwen. Om te protesteren tegen de plannen van hbm zou het kantoor van deze bouwmaatschappij worden bezet. Vermoedelijk hebben de overvallers slechts even in het telefoonboek van Amsterdam gekeken en er hbm-design in gevonden. Het reclamebureau kreeg de afkorting van de oprichters, Hiemstra, Biethoorn en Mulder. Hiemstra: 'Je schrikt je rot, het leek wel een razzia in de oorlog. Voorop een soort knokploeg met een grote hond, een bouvier, en daarachter in een paar seconden wel honderd man die het hele gebouw door stommelden. Ze probeerden de ramen open te maken en spandoeken uit te hangen. Toen zag ik dat stencil en begreep dat ze de Betonmaatschappij moesten hebben.'

Jongens, we zitten fout, zeiden er tenslotte een paar. Eén van de bezetters wilde het niet geloven. Er staat hbm op de deur. Voor mij is het hbm dus ik blijf, zei hij. Zijn collega's moesten hem meetrekken. Een ander mompelde iets van, doe ik een keer mee aan een bezetting, zit ik fout. De groep is tenslotte afgedropen. Glasschade en een enorme rotzooi achterlatend. Wat Hiemstra nog het meeste dwars zit dat er nog geen pardon af kon bij de krakers."

(Uit: De Volkskrant 20-1-'82)


Korte tijd na de inval ging het reclamebureau failliet. Het pand aan de Leliegracht werd na een jaar leegstand gekraakt. De eigenaresses, twee oude besjes, waren verbijsterd. De gronden waarop het pand ontruimd werd, waren te vaag om in deze gids te vermelden. Er trokken kraakwachten in. Hiermee was de komedie echter niet afgelopen. In augustus 1985 werd op de Leliegracht een rondvaartboot bestookt met verf en rookbommen door een groepje enthousiaste tegenstanders van de Olympische Spelen. De politie, aangetrokken door de bedspiralen die de kraakwachten voor de ramen hadden laten hangen, deed prompt een inval en sloeg de kraakwachten in de boeien...



Acties waarbij grote hoeveelheden documenten vrijkomen hebben een goede voorbereiding nodig. Hierbij is vooral de 'nazorg' belangrijk. In juni 1983 werden vier kraakwachtenbureau's in Amsterdam beroofd van hun administratie. Daarna bleek dat er geen plannen klaarlagen voor de verwerking van het materiaal. Ondertussen pleegde de politie een viertal invallen in 'verdachte' panden, waarbij een deel van de buit en nota bene een draaiboek van de actie gevonden werden. Pas als reactie hierop werd een brochure uitgebracht. Hieruit bleek trouwens dat de politie nauwe banden met de bureau's had, ongetwijfeld een reden om zo fanatiek achter het materiaal aan te jagen.

Dit soort actiemethoden hebben een sterke uitwerking op je persoonlijke leven. Bij wijze van waarschuwing een citaat van de actiegroep 'Stille Nacht, Heilige Vracht', die de administratie van een observatiegroep van de politie ontvreemde en daar een fascinerend boek over publiceerde.


"Het diepst grijpt het in op je sociale leven. De actie staat bol in je kop en hangt zwaar in de wallen onder je ogen, maar je kan er met vriend(inn)en en kennissen niet over praten. Want je weet hoe snel dat soort informatie rondgaat. 'Waar ben je mee bezig de laatste tijd?' 'Och, tsa .. van alles' Je ouders weten nu zeker dat je maar een hangjas bent. Iedereen tegen wie je er iets over loslaat kan een potentieel lek zijn. Veel contacten worden oppervlakkiger of minder interessant, omdat je er minder in kwijt kunt, minder gemeenschappelijk hebt. Je isoleert jezelf gedeeltelijk, wat ook gevolgen kan hebben voor het bediscussiëren van doelen, middelen en actiemethoden met een grotere groep mensen dan je eigen actiegroep."

 

Naar het vorige hoofdstuk  terug naar de Inhoudsopgave Naar het volgende hoofdstuk