Persbericht | Voorproefje | En meer
 
 
 
 Persbericht
 Een ondergezeken pistool
 door Aleksandr Brener
 
Op 4 januari 1997 spoot de Russische dichter en beeldend kunstenaar Aleksandr Brener (Alma Ata, 1957) in het Stedelijk Museum te Amsterdam een groen dollarteken op het schilderij Suprematisme 1922-1927 van Kazimir Malevitsj. Voor deze provocatie tegen de totale institutionalisering van de kunst werd hij door de Amsterdamse rechtbank tot vijf maanden gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens zijn detentie in Zwaag schreef hij Een ondergezeken pistool. Uitgeverij Ravijn en theater Zeebelt zullen deze aantekeningen over zijn verblijf in de gevangenis, zijn opvattingen over de (dicht)kunst, zijn werk en zijn jeugd in een bundel van (zak)formaat uitgeven. De bundel zal op 8 mei in theater Zeebelt, Willemsstraat 7 te Den Haag worden gepresenteerd. Bij deze presentatie zal Brener ook aanwezig zijn.
»Deze bundel bevat wat theoretisch gewauwel waar ik belang aan hecht. Het ontleent zijn waarde alleen aan het feit dat ik het zelf, op eigen kracht heb voldragen. Ik ben deze weg bijna als een blinde, als verdwaasd gegaan, vandaar dat ik dikwijls in een greppel ben beland. Dat neemt niet weg dat ik over een paar ogen beschik die in staat zijn op sommige tronies de lafheid en onbenulligheid af te lezen, en op andere de moed en onbaatzuchtigheid. Dat is het enige waardoor ik me heb laten leiden: ik wilde naar vermogen - dus tot op het bot - onbaatzuchtig zijn en niet laf. Ik wilde echte kunst maken. En uiteindelijk kwam ik tot de slotsom dat ware kunst en ware poëzie ver verwijderd liggen van de wegen die bewandeld worden door lieden uit de professionele ateliers. Zij maken kunst voor elkaar en voor het gezag dat deze kunst bestelt. Ik daarentegen wilde kunst maken voor mensen die niet op hun eigen belang uit zijn - een nogal pretentieus en wellicht onzinnig streven. In de komende hoofdstukjes staat beschreven hoe ik mijn taak opvatte
Met deze 'noodzakelijke uitleg' begint Brener zijn in de gevangenis geschreven bundel Een ondergezeken pistool  - dagboekaantekeningen die de vorm kunnen aannemen van korte essays, gedachtensprongen en poëtische kreten. Het beeld van een ondergezeken pistool is van Brener zelf: zijn acties kunnen worden vergeleken met pistoolschoten, maar in de gevangenis is hij machteloos geworden, een pistool dat het niet meer doet.
De bundel zal op 8 mei in theater Zeebelt op een daverende wijze worden gepresenteerd. Vanaf mei is de bundel Een ondergezeken pistool van Brener in de boekwinkel voor de prijs van 20 te koop. Het boek is ook te bestellen door overmaking van 25 (vijf florijnen portokosten) op girorekening 2424940 van uitgeverij Ravijn, Amsterdam ovv. Brener.
Inlichtingen:
Theater Zeebelt, 070-3656546, e-mail: zeebelt@bart.nl
Uitgeverij Ravijn,020-6713459, e-mail: ravijn@xs4all.nl, http://www.xs4all.nl/~ravijn
 
 

Uit: Een ondergezeken pistool

61. Welke acties ik me nog meer herinner.
Ik denk met plezier terug aan een van mijn laatste acties in Milaan, in het warme Italië, op de Brera-academie. Ik was in m'n eentje naar Milaan gegaan, zonder iemand te waarschuwen. Mijn vriend Igor Frantsj hielp me onderdak te vinden bij Carla Vendrami, een schilderes met een goed hart. Een andere vriend, Enrico Comi, organiseerde voor mij een lezing op de Brera-academie.
Deze is gevestigd in een groot oud palazzo in het centrum van de stad. Recht tegenover de academie staat een bank. Deze `compositie' sprak me bijzonder aan.
Ik hield een lezing over de democratische kunst, over de culturele macht van de elite, over verzetstechnieken, over het feit dat de huidige cultuur verdoemd is. Men hoorde mij aandachtig aan.
Helemaal aan het einde van mijn lezing zei ik dat woorden slechts het halve werk uitmaakten en dat daden geboden waren. `Nu,' zei ik, `zal ik u laten zien hoe lezingen over de kunst dienen te eindigen.'
Ik nodigde allen uit de straat op te gaan. Op de binnenplaats van de academie pakte ik een paar stenen. Vervolgens liep ik naar de tegenover gelegen bank en smeet een steen naar een van de ramen. Bij de tweede steen brak het raam. Banken, de macht van het kapitaal: sla erop! Het was een symbolische klap natuurlijk, maar toch veranderde de bank door deze klap meteen in een architectonisch kunstwerk. Dankzij het gat dat mijn steen had geslagen.
3 februari, De Eenhoorn.

62. Waarom ik geen terrorist ben.
Omdat het ontoelaatbaar en weerzinwekkend is om onschuldige en in feite toevallige slachtoffers te maken. En bovendien, hoewel ik diep ontgoocheld en absoluut niet tevreden ben over mijn verrichtingen in de cultuur en de sfeer van de symbolische taal, blijf ik in mijn werk geloven. Ik geloof dat de symbolische taal een machtig wapen is, het allerbeste middel om de wereld te veranderen. Vandaag de dag is de symbolische taal geconfisqueerd door de cultuur van de massa en van de elite, die haar verminken en in een prul, een speeltje, een dode pop veranderen. Maar er komt nog een tijd dat de symbolische taal een kracht wordt waarmee wij uitdrukking zullen geven aan onze heimelijkste wensen, onze meest onvoorstelbare fantasieën en onwaarschijnlijkste dromen. En deze zullen realiseren.
Terreur daarentegen laat elke keer weer zien hoe hulpeloos, kwetsbaar en - in het beste geval - hoe diep, hopeloos tragisch zij is. In terreur klinkt onoverkomelijke wanhoop door, waar je moeilijk vrede mee kunt hebben. Daarom ben ik geen terrorist.
Tegenwoordig is terreur echter vaak een expressiemiddel van zwakke, verdrukte, belasterde en zich verzettende individuen. Ik heb begrip voor ze en beschouw ze als broeders, ook al zal ik zelf geen bom ter hand nemen. Ik ben bang voor bommen en veracht ze!
3 februari, De Eenhoorn.

63. Nog een actie.
Na het onderwerp `terreur' nog een actie.
In Berlijn werd vorig jaar een gigantisch kunstfestival geopend, de zoveelste culturele onderneming van de Duitsers: ambitieus, duur en alom geadverteerd. Ik kwam op de vooravond in Berlijn aan en wist de hand te leggen op een perskaart, met behulp waarvan het me lukte door te dringen tot de opening van het festival. Ik had besloten mijn pijlen te richten op de persconferentie, als zijnde het meest officiële en centrale onderdeel van de hele onderneming. Ik vind het fantastisch zoals situationisten (ik geloof in 1957) een persconferentie van Chaplin verstoorden. De Situationistische Internationale is volgens mij trouwens het laatste zinnige fenomeen in de Europese kunst, en in de politiek en cultuur in het algemeen. (Overigens hebben Baader en Meinhof mij door hun tragische heroïsme zeer aan zich verplicht.)
Welnu, ik kwam naar de persconferentie. Ik droeg een zwart T-shirt met daarop het embleem van Batman, in mijn zak had ik een waterpistool met een fikse lading ongekookt water en ik had ook nog ander speelgoed bij me - een gele plastic slang die, als je hem ronddraaide, heel vreemd begon te janken: oe-oe-oe-oe-oe!
De persconferentie werd geopend door een gewichtig mannetje. Een presidium van nog meer gewichtige mannetjes zat achter een tafel met microfoons en flesjes mineraalwater.
Het gewichtige mannetje had nog geen veertig woorden gesproken, of ik sprong op en krijste: `Batman forever!!!' Het mannetje hield meteen zijn mond. Ik vloog naar voren, ging voor het presidium staan en begon al gillend `Batman forever!' die gewichtige art-vertegenwoordigers met mijn waterpistool te beschieten. Ze versteenden onder mijn straaltje. Ik draaide de slang in het rond. De hele lucht werd gevuld met een fluittoon die uit het diepst der eeuwen leek te komen, uit de voorste ruiterij van Dzjingis-Chan: oe-oe-oe-oe-oe! Ik begon met het mineraalwater te jongleren - de flesjes vlogen op de grond. Toen sprongen de mannetjes vanachter de tafel op, ze renden achter me aan, werkten me de zaal uit en droegen me vervolgens over aan de bewaking, maar - o, wat een mazzel! - ik wist me los te rukken en vloog weer de zaal in. Ik gooide hun microfoons om, mikte de flesjes omver en begon de tafel aan flenters te slaan. Ze overmeesterden me weer, en dit keer voorgoed. `Batman forever! Batman forever!' Ha-ha-ha!
3 februari, rotgevangenis.

64. Een gebed.
Isis met de hangbillen, dansende Phoebus, krijsende Nachtigall, extatische Pan, zwijgende en starende Sabaoth, reddende Christus, mijn begrijpende vader, kinderen die in de graven liggen, wijze en boosaardige Parcae, onverbiddelijke Sirenen, veinzende sfinx, razende onderwatergoden, woest erecterend Afrikaans idool, verliefd rakende Moeder Gods, uitgeputte tovenaars, olijke heilige Petrus, heilige verbijsterde Theresia, van de pot gerukte Chinese goden, urinerende Indische Shiva, triomfantelijke muzen, orkestgelijke Scipio, droefogende Catullus, draaiende Amfitryoon, mijn lieve reddende Hercules, beschermende Athene, baardige Russische god, kortgeknipte Japanse God, Polynesische vrouwen van steen, Paaseiland, door Zdanevitsj beminde, twijfelende Narcissus, help me, kom voor me op, steel me, red me, verhef me boven de angst, nodig me uit voor jullie banket.
3 februari, De Eenhoorn, gevangenis even buiten Amsterdam, 3 uur 's nachts, duisternis.

© Aleksandr Brener


En meer:
art=$
Aleksandr Brener (Books, Exhibitions etc.)
Stedelijk Museum Bulletin
nettime: some criticism on brener's artwork
Russian artist waiting to be sentenced in the Netherlands
Letter of Support (IRWIN)


Uitgeverij Ravijn
Postbus 76116
1070 EC Amsterdam
ravijn@xs4all.nl